DAAR BIJ DIE MOLEN…

Schilderij_bw

Van de jongens die na de oorlog in Delden geboren zijn, gingen er velen in hun jeugd naar de Eschmolen en klommen erin. Het was het hoogste gebouw van de stad waar iedereen in kon klimmen en het was ook niet moeilijk. De meesten van die jongens gingen naar de grote Jongensschool aan de Langestraat en woonden daar in de buurt. In de vijftiger jaren klauterden dagelijks jongens in de molen zonder wieken. Aan de achterzijde stonden twee grote ronde molenstenen tegen de muur en daar klommen ze tegenop om de onderste latten van de romp te pakken. De romp was bedekt met riet dat werd vastgehouden door horizontale latten. Maar veel riet was al van het dak getrokken waardoor de latten als ladder gebruikt konden worden. De kwajongens kropen door een dakraampje naar binnen. Gespannen keken ze eerst goed rond of er geen politieagent aankwam.

De molen stond op een kruispunt van wegen in alle richtingen en was van verre te zien. Hans Spijkerman kan het zich nog goed herinneren. Hij vertelt dat hij na binnenkomst moest wennen aan het weinige licht want er waren slechts enkele dakramen. In de duistere omgeving was het nodig goed uit te kijken om geen misstap te maken en zich overal zeer goed vast te houden. Via verschillende houten tandraderen en balken klommen ze naar een steeds hogere verdieping. De ladders tussen de verdiepingen waren vroeger al door de huurder verwijderd. Maar stoere jongens houden van een uitdaging en willen voor elkaar niet onderdoen. Het was een ware ontdekkingsreis volgens Hans. Het bereiken van de kap van de molen was de grote beloning want van daaruit had je een fantastisch uitzicht op de hele Deldeneresch in alle richtingen en zelfs op de stad.
Bij het rondlopen in de molen vielen zijn ogen in het voorjaar op de vele nesten van spreeuwen en mussen. Toen begon zijn kennismaking met de dieren van de es. Later zou hij jachtopziener van Twickel worden, zijn lievelingsberoep. Het uitgetrokken riet op de romp van de molen gaf veel openingen waarin de vogels nesten konden bouwen. Ook binnenin de molen hadden ze veel beschutte plekken. De jongens moesten in het halfdonker goed opletten om niet op een nest te trappen of uit te glijden over de rommel en de vogelpoep.
Bij het verlaten van de molen werd opnieuw goed gekeken of er geen agent te zien was. De enige gebruiker van de molen was meel- en kunstmesthandelaar Hobbelink aan de Langestraat. Als hij beneden bezig was met de opslag van kunstmest moesten de jongens zich muisstil houden tot hij was vertrokken. Ook de aanwezigheid van kolenboer Freriksen die in de Nieuwstraat woonde, de huurder van het naastgelegen bouwland, was een belemmering bij het verlaten van de molen.
Hans kan de Eschmolen niet vergeten en daarom liet hij aan de hand van oude foto’s een mooi schilderij maken dat nu het pronkstuk in zijn woonkamer is. Een foto van dit schilderij staat boven dit verhaal.

De Stichting Eschmolen Delden doet haar uiterste best de prachtige molen te laten terugkeren op de es zodat de Molenstraat weer leidt naar de sterkste groene motor van de stad. Een molen met vele nieuwe inspirerende activiteiten voor de inwoners van Delden, voor toeristen, schoolklassen en mensen met een beperking.
Wie ook herinneringen aan deze molen heeft, kan zich melden bij Derk Rouwhorst, bestuurslid, tel. 074-3763600.